HET DRIEDEURENPROBLEEM

zaterdag 11 juni 2005 13:14 uur

En zo werden de gemoederen in huize tientellenrust opeens beziggehouden met bovengenoemd probleem. Voor wie het probleem nog niet kent, klik hier. De oplossing zorgde voor een verdeling: De Vader Van zei: “Het maakt niets uit of je wisselt van deur, de kans is 50 procent dat je de goede deur hebt, of je nu wisselt of niet.” Wij (RuSt, ik en inmiddels ook aangeschoven Joost) zeiden: “Het maakt wel degelijk uit of je wisselt of niet, als je wisselt heb je 66,66 procent kans op de auto, als je niet wisselt slechts 33,33 procent.” De Vader Van was met geen mogelijkheid te overtuigen van ons gelijk, dus programmeerde RuSt ’s nachts een stukje Flash om de stelling te onderstrepen. Klik hier.

Het zit namelijk zo: Als je in eerste instantie een deur met niks (of in het geval van RuSt zijn voorbeeld een geit) kiest en je wisselt (nadat de quizmaster een deur met niks/een geit geopend heeft), heb je altijd een auto. Als je in eerste instantie een deur met de auto kiest en je wisselt, heb je altijd niks/een geit. En de kans op een deur met niks/ een geit (in eerste instantie, als alle deuren nog gesloten zijn) is nu eenmaal twee keer zo groot als de kans op een deur met de auto.

Wil je meer over dit vraagstuk lezen raad ik je het boek “Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht” aan van Mark Haddon (ISBN 90-261-1910-0). Dit boek raad ik je sowieso aan, het is erg gaaf.



plaats een reactie:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *