Na een meer dan goed ontbijt in ons overdreven luxe hotel vertrokken we, per auto, naar Kinsale. Kinsale staat beter bekend als ‘the Gourmet Capital of Ireland’, althans, volgens de brochure.
We brachten eerst een bezoek aan Charles Fort. Daar werden we rondgeleid door de bizar enthousiaste ‘Mags’, zoals we haar dienden te noemen. Ze vertelde vol vuur over hoe het Fort prima was uitgerust tegen aanvallen vanaf het open water, maar de enige keer dat het werd aangevallen gebeurde dit vanaf het land en nou ja, dat liep niet zo goed af. Mocht je het fort eens gaan bezoeken, vraag dan naar Mags. En naar de zon. Wij kregen ook beide.
Na dit bezoek reden we terug het centrum van Kinsale in, omdat we graag meewilden met de historische wandeling onder leiding van plaatselijke legende Don Herlihy. Kinsale is prachtig, en valt vooral op door alle kleuren. Kinsale werd overigens nog veel prachtiger door de woorden van de gids.
We waren blijkbaar nog niet moe genoeg, en reden door naar Blarney Castle. Het kasteel ligt in een prachtige tuin, dus daar slenterden we wat doorheen. Ruben wilde de steen niet kussen overigens, want hij vond hem vies. Ik wilde het op zich wel, maar durfde die toren niet in. Waar zijn we mee bezig!

























