Derde dag

dinsdag 12 maart 2013 16:12 uur

Vandaag begon ik aan iets wat later nog het beste zou kunnen worden omschreven als een wandeling. Het eerste deel van de route was hetzelfde als alle eerdere dagen dat ik hier liep. Ik zag niemand. Het was mooi weer, er stond nauwelijks wind en toch zag ik niemand. Geen seniorenkoppels, geen fietsers, geen auto’s. Niets.

In het duin aangekomen sloeg ik af naar rechts, ik was in een goede bui. Het bord vertelde me dat ik vanaf dat punt een wandeling kon aanvangen die ook te doen was voor blinden, slechtzienden en mensen in een rolstoel. Ik vroeg me af of het nog wel een wandeling zou heten, in een rolstoel.

Nu ben ik niet blind of slechtziend, maar ik verdwaal snel, dus deze route leek me een buitenkansje. Hier zou de bewegwijzering absoluut duidelijk moeten zijn. Er waren een aantal aanknopingspunten: er stonden paaltjes met een rode bovenkant langs de route, alsmede bordjes met korte aanwijzingen, zowel in tekst als in braille.

Bij het eerste bordje aangekomen streek ik met mijn vingertoppen langs de braille. Het leek me onmogelijk om daar ooit iets van codering uit te kunnen destilleren. Ik sloot mijn ogen en probeerde de afzonderlijke setjes balletjes te voelen, zoals ze te zien waren. Het lukte niet. Ik nam me voor braille te gaan leren en stapte door.

Bij het tweede bordje ging het mis; het gedeelte waar de tekstaanwijzing opstond was eraf gesloopt, het braillegedeelte zat er nog wel. Ik had nog geen braille geleerd en ging op goed geluk verder. Ik passeerde een paaltje met een blauwe bovenkant, iets wat ik had kunnen zien aankomen, want het pad ging inmiddels steil omhoog. Arme rolstoelers, dacht ik nog.

Ik liep uiteindelijk een route die langer was dan beloofd, maar kijk eens wat ik allemaal tegenkwam!

1 reactie  

Tweede dag

maandag 11 maart 2013 10:13 uur

Ik werd wakker om 6.59 uur. Het maakt dus blijkbaar niet uit waar ik slaap en of er wel of niet een jongen van zes naast mijn bed staat om te zeggen dat het 7.00 uur is en dan iets met schermpjes waar ik dan weer boos om moet worden, omdat het een schooldag is, en op schooldagen mag hij niet met schermpjes en voor je het weet begint de dag met ruzie. Om 7.00 uur.

Vandaag begon niet met ruzie. Vandaag begon met wakker worden. Ik hoefde niet op te staan, ik hoefde niet eens goedemorgen te zeggen. Toch stond ik op, want ik slaap niet uit. Soms wil ik wel uitslapen, maar dat is altijd op dagen dat het niet kan, dus ik heb nog nooit kunnen controleren of ik die dagen daadwerkelijk had uitgeslapen als het wel had gekund. Ik vermoed van niet.

Het had gesneeuwd maar nu scheen een waterig zonnetje over het weiland naast mijn deur. Een kwartier later rende ik een rondje door het bos dat half was verdwenen onder poedersneeuw. Er was niemand. Er was zo erg niemand dat ik zelfs geen muziek kon verdragen op mijn oren. De hoofdtelefoon liet ik op want het vroor.

Halverwege kwam ik twee mannen tegen die iets aan het bouwen waren in een tuin. Een van de mannen stak een arm op, ik zwaaide vrolijk terug. Ik kwam mijn eigen spoor in de sneeuw weer tegen in tegengestelde richting en volgde het terug naar het huisje waar ik logeer.

Ik zette koffie, ik maakte ontbijt en nu zit ik hier, achter mijn computer. Het begint te wennen. Tot die tijd luister ik naar Röyksopp en het tikken van de verwarming, die maar niet kan wennen aan zijn eigen warmte. Zo hebben we allemaal wat te doen.

1 reactie  

Eerste dag

zondag 10 maart 2013 16:44 uur

Ik ben nu vijf uren alleen.

Vanmorgen om 11.00 uur zwaaide ik mijn gezin uit (om ze een kwartier later nog een keer te zien omdat ik mijn handtas in de auto had laten liggen, maar dat wist ik om 11.00 uur nog niet.) Terwijl ik naar mijn kinderen keek, die achterstevoren van me wegrenden, druk zwaaiend met allebei een Pillow Pet onder de arm (het is een knuffel én een kussen, vraag het maar niet) stond ik te grienen. Meteen verfoeide ik mijzelf omdat ik precies wist waaróm ik stond te grienen.

Het was niet omdat ik bang was ze te gaan missen, nee, het was omdat ik bang was. Bang om zo lang alleen te zijn. En die angst was gewoon heel stom, besloot ik, want ik had het zelf gewild. Ik veegde de tranen uit mijn ogen, ik ging toch zeker niet bang staan zijn voor iets waar ik zo lang naar uitgekeken had. Ik wilde zelf alleen zijn, om te kunnen schrijven, om stilte te hebben, om te kunnen doen wat ik wilde en om na te kunnen denken en daar dan weer over te kunnen schrijven, of over heel andere dingen, want ik ging toch zeker fictie schrijven? Ik kon niet alleen doen wat ik wilde, ik kon ook nog eens schrijven wat ik wilde, over alles wat ik kon verzinnen.

Ik stuurde een bericht naar een vriend.
‘Mag ik al wijn?’ Het was 15.00 uur.
‘Je mag doen wat je wilt.’
‘Ik kan er niet mee omgaan!’
‘Wat een vrijheid, hè,’ antwoordde hij.

Ja. Wat een vrijheid, maar vooralsnog vind ik er niet veel aan. En dan is het nu nog licht buiten! Nadenken over alle dagen die nog voor me liggen gaat niet, het is een onoverzichtelijke hoeveelheid tijd. Mag ik al wijn?

Plaats reactie