Het grote licht aan

woensdag 7 maart 2012 09:06 uur
Het grote licht aan

2sterren

wat: het grote licht aan
waar: in huis
bedoel je een bouwlamp zodat je
in het donker kunt behangen
: nee


Ik begin zo langzamerhand te vermoeden dat het iets typisch mannelijks zou kunnen zijn: je huis overdreven goed verlichten. Dit klinkt als een actieve handeling, maar het is eigenlijk een heel lui iets: je komt binnen, knipt de grote lamp aan die midden in de kamer hangt en dat was dan dat. Alles is goed verlicht, niets meer aan doen!

Bij mij thuis hangen twee lampen boven de eettafel, waarvan het knopje direct naast de deur hangt waar je de woonkamer binnenkomt. In de winter, ’s morgens bij binnenkomst, heeft RuSt deze vaak al aangezet en zit doodgemoedereerd zijn boterhammen met hagelslag aan de tafel weg te peuzelen. In zijn badjas. Met de gordijnen open. De horror! Deze lampen produceren ongeveer een gelijke hoeveelheid licht als een zonnige dag met het dak open. Het is natuurlijk bewonderenswaardig dat RuSt blijkbaar niets geeft om het al dan niet toekijken van de buren — zijn argument is altijd iets in de trant van ‘het interesseert de buren niets hoe ik mijn boterhammen met hagelslag zit weg te peuzelen’ — maar dat wil niet zeggen dat ik mij comfortabel voel bij zo’n hoeveelheid licht, en al helemaal niet op dat tijdstip. Ik zet dan ook altijd morrend het grote licht uit, en knip op de tast een gezellig schemerlampje aan. Een prima hoeveelheid licht, ware het niet dat het — vergeleken bij de eerdere hoeveelheid Watt — nu opeens lijkt alsof je in het donker zit. Wat ik dan ook naar mijn hoofd geslingerd krijg: ‘ik zie niks!’ Nu ja, je ziet het (iets minder goed dan eerder in deze paragraaf): ik heb een verlichte relatie.

’s Avonds zijn de problemen niet anders, begint het te schemeren, gaan HOP die lampen weer aan. Nu ben ik sowieso niet zo goed met prikkels, dus wil ik de ontbrekende belangstelling voor hysterische verlichting niet meteen aan álle vrouwen ophangen, maar ik vermoed wel dat het een seksedingetje is. Zo was ik laatst bij een man op visite van wie de vrouw niet thuis was (dit klinkt nu vast ongepaster dan het was) en ik kwam binnen in een helverlichte woning. Bij nadere inspectie (of nou ja, inspectie, het was moeilijk iets níét te zien met al dat licht) zag ik overal schemerlampjes, kaarsen en sfeerverlichting, allemaal niet ontstoken. ‘Nee joh, dat is allemaal van Jet,’ antwoordde hij. De fysieke last die ik had van een lamp boven de tafel die gewoon echt heel hinderlijk in mijn ogen scheen verhielp hij mannelijk door het peertje los te draaien, met zijn blote handen. Twee sterren, die ik nog steeds zie als ik mijn ogen sluit.


Deze recensie verscheen op 6 maart 2012 in de Volkskrant.

plaats een reactie:

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *