Column

Gesprekken van anderen

Ik kan niet luisteren naar gesprekken van andere mensen. ‘Het gaat me niks aan!’ schreeuwt het in mijn hoofd, maar nooit hard genoeg om de gesprekken te overstemmen.

Mensen die bellen zijn erg, want op de een of andere manier denkt men dat ze net als de persoon in de telefoon niet te horen zijn voor de buitenwereld, en praten zelfs nog harder dan normaal. Het is niet zo dat je een gesprek niet kunt volgen als je maar één van de partijen kunt horen. In het bijzonder krijg ik kippenvel van telefoongesprekken van zakenmannen, met een rollende R, altijd veel te luid en doorspekt van bullshit lingo. (Hoewel het woord ‘bullshit lingo’ zelf ook onder bullshit lingo valt, maar dat is weer een ander probleem dat zich in mijn hoofd afspeelt.)

Andermans conversaties zijn altijd gênant. Ik bedoel niet eens de ruzies, maar de alledaagse dingen die mensen zo kunnen uitwisselen. Overleg over wat ze die avond zullen gaan eten (‘Zal ik anders gewoon kip maken? Dat lust Jip sowieso. Hebben we nog melk?’) of bij welk restaurant ze naar binnen zullen gaan (‘Deze niet, daar zit niemand’) confronteert me erg met mijn eigen onoriginaliteit.

Het ergst zijn de gesprekken van mensen in woonwinkels. Vooral de gesprekken van stelletjes. Luisteren naar (meestal kibbelende) geliefden ontneemt mij alle kooplust. Want waarom zou ik nog interesse tonen voor een kussentje als de vrouw voor je er drie in een winkelwagentje gooit terwijl haar vriend ze er weer uithaalt, waarbij zij dingen zegt als ‘deze zijn schattig, toch?’ en hij ‘we zouden alleen een lamp halen’.

Het overleggen van stelletjes over het beheer van hun nest: het herinnert me eraan dat mensen gewoon dieren zijn, en dat al die dieren de hele dag door bezig zijn met overleven en voortplanten. Ik blijkbaar ook. Deprimerend.

Gelukkig zijn er ook heel wat bejaarde mensen in het straatbeeld te vinden. Die converseren niet meer, die wijzen alleen nog.

‘Kijk,’ wijst een vrouw dan, ‘een zwaan.’
‘Ja,’ zegt een man, ‘mooi.’
‘Een torentje,’ wijst de man dan op een gebouw.
‘Ach ja, een torentje,’ zegt de vrouw, en samen wandelen ze verder terwijl ze allang weten wat ze gaan eten die avond. Heerlijk.

One Comment

  • Anne

    Mooi.
    Gesprekken probeer ik ook altijd angstvallig niet-wel te horen. Maar met ADHD is het afsluiten voor andermans gesprek gewoon een brug te ver. Tegenwoordig zeg ik dus soms: ‘Sorry, het ligt niet aan jou, wacht even één minuut, dan heeft de man drie schappen verderop besloten of het champignon of thaise tomatensoep wordt, dan kan ik jou weer volgen.’

    Oude mensen die op die manier over straat lopen daar moet ik dan weer van huilen. Van ontroering dan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by Maribol IMDB